We zijn allemaal gelijk. Of toch niet?

Het is een thema dat we vaak tegenkomen wanneer we vakgroepen begeleiden: het uitgesproken of impliciete uitgangspunt dat iedereen gelijk is. Dat klinkt sympathiek — collegiaal, modern, veilig. Maar klopt het ook? En belangrijker: helpt het een vakgroep werkelijk vooruit?

Gelijk betekent immers: precies hetzelfde. En dat is een illusie. Dokters verschillen per definitie: in ervaring, anciënniteit, drijfveren, persoonlijkheid, belastbaarheid en in de rol die zij binnen de vakgroep vervullen. Die verschillen verdwijnen niet door ze niet te benoemen. Ze gaan ondergronds — en komen daar vaak krachtiger terug.

Laten we inzoomen op één van die verschillen: de bestuurlijke rol.

De gefuseerde vakgroep
De klassieke vakgroep — een klein, overzichtelijk gezelschap dat bij een borrel afspraken maakt op de achterkant van een bierviltje — bestaat nauwelijks meer. Door fusies, superspecialisatie en toenemende zorgcomplexiteit zijn vakgroepen uitgegroeid tot middelgrote organisaties. Met budgetten, personeel, productieafspraken, kwaliteitskaders en bestuurlijke druk van buitenaf.

Daar hoort sturing bij. Meestal in de vorm van een vakgroepsbestuur dat samenwerkt met het ziekenhuismanagement. Dat is geen vrijblijvende rol.

 

Besturen is geen bijzaak
Niet iedereen wil of kan die rol vervullen. En dat is maar goed ook. Besturen vraagt andere competenties dan goede patiëntenzorg alleen: overzicht houden, belangen wegen, besluitvorming organiseren, spanning verdragen en soms impopulaire keuzes maken.

Daarbij draag je meerdere petten tegelijk. Je bent collega én bestuurder. Je zit in de spreekkamer én aan de onderhandelingstafel. Je laveert voortdurend tussen wat goed is voor de individuele dokter, voor de vakgroep als geheel en voor het ziekenhuis. Dat is ingewikkeld, vaak ondankbaar en zelden helemaal zonder conflicten.

Wie die rol op zich neemt, staat dus op een andere positie dan de rest van de groep — of je dat nu expliciet erkent of niet.

 

Gelijk is niet hetzelfde als gelijkwaardig
Juist hier gaat het vaak mis. Soms zegt iemand: “We zijn allemaal gelijk.” Maar wat bedoeld wordt is meestal: “We zijn gelijkwaardig.” En dat klopt. Iedere lid van de vakgroep is gelijkwaardig als professional en als mens. Maar dat betekent niet dat iedereen dezelfde rol, verantwoordelijkheid of beslissingsruimte heeft.

Een bestuur dat formeel verantwoordelijk is, maar informeel als ‘één van ons’ wordt behandeld, komt in een onmogelijke positie. Dan moet het sturen zonder mandaat, besluiten nemen zonder dekking, en conflicten oplossen zonder duidelijk gezag. Dat is niet collegiaal — dat is onveilig.

 

Heldere verschillen maken samenwerking mogelijk
Een gezonde vakgroep durft het onderscheid te maken:

-          niet iedereen is gelijk,

-          maar iedereen is wel gelijkwaardig.

Dat betekent: de bestuurlijke rol expliciet erkennen, het bestuur mandaat geven, en tegelijk zorgen voor transparantie en tegenspraak. Pas dan ontstaat er een werkbare balans tussen leiderschap en collegialiteit.

En precies daar begint volwassen samenwerking.

_________________________________________

Wij begeleiden vakgroepen in de boven- en onderstroom.

Meer weten? Neem contact met ons op info@deheledokter.nl of bel 06 22 54 70 99

Dick Houtman